|
|
Nederlandse Rotsplanten Vereniging | |
|
Bloeitijd: mei
|
| Genoemd naar het Rhodopegebergte op de grens van Griekenland en
Bulgarije. Haberlea is weliswaar een rotsplant, maar hij houdt niet van een droge en zonnige standplaats. Hij doet het veel beter in halfschaduw en in humusrijke grond. Zet hem tussen stenen in een bijna verticaal deel van de rotstuin en u zult er jaren plezier van hebben. Deze soort heb ik in de Botanische Tuinen van Utrecht ook in een wand van gestapelde turven gezet en daar doen ze het eveneens uitstekend. In warme en droge perioden in de zomer krult het blad om en wordt het bruin. Het is een natuurlijke reactie van deze soort als hij het te droog heeft. Als het een paar dagen koel en regenachtig weer is, herstellen de planten zich snel. Na enkele jaren zijn de planten zo groot geworden dat ze gemakkelijk gescheurd kunnen worden. Haal de planten uit de grond, scheur de afzonderlijke rozetten voorzichtig van elkaar op zo’n manier dat er aan iedere scheut voldoende wortels blijven zitten en zet die stukken direct weer in de tuin in ruimtes tussen stenen. Ze hoeven dus niet in een pot gezet te worden! Een beproefde methode om deze planten weer snel aan de groei te krijgen is door rondom de wortels en de wortelhals wat mos aan te brengen en dan te planten. Op die manier blijven de wortels iets vochtiger en in het mos zullen ook snel nieuwe worteltjes gaan groeien. Het scheuren van Haberlea kan in de hele groeiperiode worden gedaan en is niet gebonden aan een bepaalde maand. Het is ook mogelijk om hem door bladstek te vermeerderen. Als u dat wilt doen, dient u een plant te rooien. Van deze plant haalt u enkele volwassen bladeren en u let er daarbij op dat ook de basis van het blad intact blijft. Zet deze bladstek in humusrijke bladgrond op een beschaduwde en niet te droge plek of zet het zo mogelijk in een kweekbakje met een hoge luchtvochtigheid. Na enkele weken zijn de bladeren dan geworteld. Als de adventiefknop aan de basis van het blad beschadigd is of niet aan de bladsteel is blijven zitten, zal het blad wel gaan wortelen, maar nooit een scheut maken. Een beworteld blad zonder scheut kan wel 2 jaar of langer in leven blijven zonder dat er ook maar enige verandering te bespeuren is. Er is ook een Haberlea met de naam H. ferdinandi-coburgii, maar vermoedelijk moet deze soort toch tot H. rhodopensis gerekend worden en behoren de verschillen gewoon tot de variatie binnen de soort. Cultivars: De witbloeiende cultivar heet Haberlea rhodopensis ‘Virginalis’. |