|
|
Nederlandse Rotsplanten Vereniging | |
|
Bloeitijd: mei
|
| Ramonda is een fascinerende plant die iedere rotstuinliefhebber
graag wil hebben. Hij is vooral gewild omdat hij een fraai rozet en
mooie bloemen heeft en omdat er vaak beweerd wordt dat het een moeilijke
plant zou zijn. Dat laatste is echter niet terecht. Natuurlijk zijn
Ramonda en Haberlea ook gewild omdat het bijna de enige
vertegenwoordigers uit de familie van de Gesneriaceae zijn. Zoals de oude naam Ramonda pyrenaica al aangeeft, komt deze soort uit de Pyreneeën. Het is niet een plant van kale rotsen in het open veld, maar hij groeit daar vaak op beschaduwde rotswanden. Houdt daarom ook niet van de volle zon. Daarnaast staat hij graag in een spleet in een verticale wand zodat hij in de winter niet steeds nat is. Vermeerderen door zaaien, stekken of scheuren. Vermeerderen door zaaien is moeilijk omdat de zaailingen zeer langzaam groeien en gemakkelijk verdrogen of overwoekerd worden door mossen. In de tuin kan het echter gebeuren dat er op beschaduwde, poreuze stenen in de buurt van een Ramonda spontaan zaailingen gaan groeien. Vermeerderen door stekken als bij Haberlea; vermeerderen door scheuren is de meest gemakkelijke methode, maar omdat een Ramonda langzaam groeit en meerdere rozetten vormt, is dit een langzame vermeerderingsmethode. Bij het uitplanten verdient het aanbeveling om in het plantgat humusrijke grond aan te brengen en wortels van de plant zo mogelijk met wat toeven mos te omwikkelen zodat ze in dit humusrijke en vochthoudende substraat snel gaan wortelen. Verplanten en uitplanten bij voorkeur in het voorjaar of in de nazomer. In droge, zonnige perioden kunnen Ramonda’s sterk gaan verschrompelen. Als het een paar dagen donker en vochtig weer is herstellen ze zich wel, maar toch gaat het ten koste van de vitaliteit van de planten. Cultivars: de witte Ramonda heet Ramonda myconi ’Alba’ en de roze heet ‘Rosea’. |