Merendera sobolifera
De keuze voor deze soort was dit keer niet zo
moeilijk. Vanmiddag ( 23-01-2012 ) liep ik
door de tuin, en zag warempel de eerste
bloemen alweer boven de grond. Door de
extreem zachte winter zeker een maand
eerder dan andere jaren.
Deze soort groeit in zijn natuurlijke habitat
in het oosten van Europa via Iran richting
Rusland. Een vrij groot verspreidingsgebied
dus. Ze groeien daar in graslanden in een
vochtige, zanderige grond. Vaak te vinden op
een hoogte van 1000 tot 1400 meter. Ze behoren tot de familie van de Lelieachtigen;
volgens de Encyclopaedia of Alpines zijn er ongeveer 10 soorten bekend. Ze kunnen
vermeerderd worden door zaad of door deling van de wonderlijk gevormde
wortelstokken. Tegelijk met de bloemen verschijnen ook de twee of drie bladeren die na
de bloei een stuk langer uitgroeien.
Bij mij in de tuin blijkt deze soort volkomen winterhard te zijn, want ik heb ze zeker al
meer dan 10 jaar in de rotstuin . De kleur van de bloemen is bij mij in de tuin een mix van
rose tinten. Langzaam maar zeker is de omvang van de gehele kolonie uitgegroeid tot een
breedte van zeker 50 cm. Ze geven ieder jaar veel zaden, die ik weer opstuur naar de
zadendistributie van onze vereniging. Het enige nadeel wat ik van deze soort vind is dat
ze door hun ondergrondse uitlopers vaak op plekken gaan opkomen die je als
rotsplantenman niet zo graag ziet. Je vindt het natuurlijk niet zo prettig dat ze dwars
door een prachtig gevormde kussenplant opkomen. Als dat dreigt te gebeuren, rooi ik
meestal een deel, wat ik dan in een pot doe om er weer iemand anders blij mee te maken.
Kortom, een bij mij erg makkelijke soort, en door z’n vroege bloei vaak meer dan welkom.
Luuk Vermeer