Rotsplanten bekijken in Wallis - Zwitserland
Luuk Vermeer
Dit artikel is sterk verkorte versie van een verhaal dat in het novembernummer van 2007 in Folium Alpinum heeft gestaan. Vooral niet-leden van de NRV krijgen zo een beeld wat ons tijdens onze bergvakanties zo boeit.
Wandeling van de Simplonpas naar de Chaltwasserpas
Een mooie wandeling om te doen is vanaf de Simplonpas (2005 meter) naar de Chaltwasserpas. Deze wandeling duurt ongeveer zo’n 2˝ uur, en gaat steeds maar omhoog. Je moet wel langs dezelfde weg terug.
Tijdens de wandeling om het meer vonden we o.a. Pulsatilla alpina, Dryas octopetala,
Androsace helvetica, Androsace chamaejasme, Thlaspi rotundifolium, Viola cenisia, Primula
auricula, Leontopodium alpinum, Globularia in soorten, Saxifraga caesia, S. paniculata,
Centaurea montana, Ranunculus alpestris. Ranunculus aconitifolius, Primula farinosa,
Pedicularis foliosa en Pedicularis verticillata, Soldanella alpina en Silene acaulis. Ook hier
heb ik een aantal soorten genoemd die mij in het oog sprongen. Uiteraard groeien ook hier
nog veel meer soorten. Deze pas met bijbehorende wandeling was voor mij een echte topper.
Direct aan het begin van de wandeling vanaf de
parkeerplaats bij de Hospiz word je
overdonderd door de overweldigende aantallen
Pulsatilla apiifolia in combinatie met Trollius
europaeus, dit alles geflankeerd door o.a.
Narcissus poeticus en nog veel meer moois. Na
een klein stukje lopen zie je op een rotsrichel
een mooie groep Paradisia liliastrum groeien. Al
wandelend vind je mooie groepen Gentiana
acaulis en Gentiana verna, geflankeerd door
grote hoeveelheden Pulsatilla vernalis. Deze
soort is op deze hoogte meestal al wel uitgebloeid maar wat hogerop staan ze nog in bloei.
Geleidelijk gaat het pad over in een paadje met aan de rechterkant een snel stromende
beek. Hier vind je o.a. Silene acaulis, Androsace obtusifolia, Salix in soorten, Rhododendron
ferrugineum, Pinguicula vulgaris en nog veel meer.
Op ieder stukje van de wandeling vind je weer
andere planten, zoals Pedicularis recutita, Viola
calcarata, Nigritella nigra en grote hoeveelheden
Salix reticulata. Met de toenemende hoogte
verandert ook het landschap. De bomen worden
steeds kleiner om uiteindelijk geheel te ver-
dwijnen. Ook de graszone maakt plaats voor
meer puin en gruis met ertussen grote
rotsblokken. In dit gedeelte van de wandeling
vind je weer andere planten, zoals Senecio
incanus, Primula hirsuta, Geum reptans en
Doronicum clusii.
Tijdens de wandeling steek je drie keer een snel
stromende gletsjerbeek over. De Walliser
timmermannen hebben zeer hun best gedaan en
er mooie houten bruggetjes over gemaakt.
Nadat je de bruggetjes gepasseerd bent wordt
het wat de planten betreft pas echt interessant.
Wat te denken van Androsace alpina, Ranunculus
glacialis en misschien wel de mooiste van allemaal, Eritrichium nanum. Maar wat ik hier ook
zeer mooi vond was een prachtige groeiplaats van Saxifraga oppositifolia.
Er was er geen een hetzelfde. Ook de kleuren waren enorm divers. Voor mij was dit de
mooiste groeiplaats die ik ooit heb gevonden. Al de planten die ik hier opgenoemd heb
stonden in bloei.
De driepassentocht
Wat erg leuk is om te doen, is de driepassentocht. Daar bedoel ik mee de Grimselpas (2165
m), de Furkapas (2431 m) en de Nufenenpas (2478 m). Tijdens deze rit wordt je
regelmatig getrakteerd op prachtige vergezichten.
Bovenop de passen is ook veel te vinden aan rotsplanten. Vooral op de Nufenenpas staan
grote bestanden Soldanella pusilla. Ook witte exemplaren zijn er te vinden. Verder groeien
hier ook veel Primula hirsuta. Ik vond vooral de rit naar de Nufenenpas landschappelijk erg
mooi. Het is aan te bevelen om onderweg af en toe te stoppen, want ook op die plekken
groeien veel soorten planten. Vooral Primula farinosa en Dactylorhiza majalis var. alpestris,
Aster alpinus en Pedicularis verticillata zijn hier zeer algemeen. Let wel op de motorrijders.
Vooral op zondag lijkt het wel of alle motorrijders in Zwitserland de driepassentocht
gekozen hebben.
Grimselpas
Als laatste van de drie passen de Grimselpas. Deze pas vormt de scheiding tussen het
Berner Oberland en Wallis. Het komt vaak voor dat midden in de zomer de pas afgesloten
is vanwege slecht weer of sneeuwval. Het is een mooie pas om te rijden. Wij werden
verrast door de mooie kleuren in het landschap, variërend in diverse tinten groen, bruin en
grijs. Toen wij in 1999 voor het eerst deze pas opreden, lag er boven op de pas, naast de
weg, nog ongeveer drie meter sneeuw.
Het aantal bloemen op de pas valt wat tegen. Wel vonden we er veel Primula hirsuta,
Saxifraga oppositifolia en Pulsatilla apiifolia. Vanaf deze pas gaat er in westelijke richting
een smal weggetje richting de Oberaarsee. Het verkeer wordt geregeld door een
stoplicht. Omdat je elkaar bijna nergens kan passeren heb je ongeveer tien minuten de
tijd om deze weg in te rijden. Dit gebeurt om het halve uur. Het andere halve uur is voor
het verkeer dat weer terug wil keren naar de Grimselpas. Aan het eind van dit weggetje is
een ruim parkeerterrein. Hiervandaan is er een wandelpad naar de Oberaargletsjer.
Bij de gletsjer vonden er o.a. Saxifraga
bryoides, Minuartia sedoides, Bartsia alpina,
Primula hirsuta, Pulsatilla vernalis, en heel grote
aantallen Sillene acaulis, Linaria alpina en
Myosotis alpestris. Van deze laatste soort
vonden we ook enkele zuiver witte exemplaren.
Aan orchideeën zagen we hier Coeloglossum
viride, Dactylorhiza sambucina en Leucorchis
albida. Ook dit is maar weer een kleine greep uit
het totaal aantal soorten dat wij hier hebben
gezien.
Wandelen in de omgeving van Zermatt
Een prachtige wandeling is te maken in de omgeving van het toeristische Zermatt. Vanuit
Zermatt kan je omhoog met de Gornergratbaan naar de Gornergrat. Wanneer je boven
aankomt is het eerst genieten van het werkelijk prachtige uitzicht op de bergwereld
rondom je. Wat vooral in het oog springt is de bekende Matterhorn. Maar wat te denken
van de mooie bergen van de Monte Rosa groep, met namen als de Lyskamm, Castor, Pollux
en de Breithorn, die op hun beurt weer begeleid worden door de Theodulgletsjer en de
Grenzgletsjer.
Het is hier boven wel erg toeristisch en er is al veel aan mooie dingen verloren gegaan door
bouwactiviteiten. Toen wij er in 1999 voor het eerst kwamen, groeide er in de directe
omgeving van het restaurant en in de aanloop van het wandelpad mooie rotsplanten. Deze
zijn nu allemaal verdwenen door de bouwactiviteiten.
De route naar beneden kan je naar behoeven inkorten door de diverse haltes waar je kunt
instappen in de trein, die je weer naar Zermatt terug brengt. Maar het advies van mij is om
in ieder geval de eerste drie stations te negeren omdat juist in dit stuk de meeste planten
groeien. Vooral in het eerste stuk kan je genieten van mooie uitzichten, en vaak is de
Matterhorn beeldbepalend.
De planten die je hier tegenkomt zijn, o.a.
Androsace vandellii, Androsace alpina,
Androsace carnea en Androsace obtusifolia.
Op deze hoogte (3000 m) groeien heel
donkere exemplaren Thlaspi rotundifolium.
Natuurlijk zagen we nog veel meer zoals:
Saxifraga oppositifolia, S. bryoides en S.
muscoides, Gentiana acaulis en G. orbicularis.
Prachtige planten van Vitaliana primuloides
werden afgewisseld met Viola calcarata.
Op de vochtiger plekken zagen we
Ranunculus glacialis. Op de drogere plekken
groeide
Ranunculus pyrenaeus en Lloydia serotina.
Soldanella alpina vonden we daar waar de
sneeuw net weg was. Op de route naar
beneden vind je ook veel Pulsatilla vernalis en
Pulsatilla apiifolia.
De Moosalp
Voor diegenen onder ons die mooie
alpenweiden willen zien, is een bezoek aan de
Moosalp zeker aan te bevelen. Dit gebied is
te vinden ten zuidwesten van de grotere stad
Visp in het Rhônedal.
Vanuit Visp gaat er een bergweg omhoog naar Burchen en Unterbach. Daar volg je de weg
naar Moos, Torbel en Stalden. Tijdens deze rit kom je vanzelf de alpenweiden tegen. Ook is
dit gebied bekend om de beroemde Walliser vechtkoeien. Deze zwarte gevaarlijk uitziende
koeien worden gebruikt om gevechten mee te houden. De borden geven aan om wel wat
voorzichtigheid in acht te nemen.
De Col du Sanetsch
Tenslotte wil ik jullie nog meenemen naar de
Col du Sanetsch (2243 m). Deze col is te
vinden in het Franstalige deel van Wallis, ten
noorden van de grotere stad Sion.
In de aanloop van de route naar boven
passeer je ook hier heel mooie alpenweiden
met ook hier een keur aan mooie planten.
Aangekomen boven op de col is er genoeg
ruimte om de auto te parkeren. Vanaf hier
zijn er voldoende wandelmogelijkheden om
je een dag te vermaken, Wij hebben hier
gekozen om in westelijke richting te
wandelen naar de Glacier de Tsanfleuron om
uiteindelijk vast te lopen in de sneeuw.
Plantensoorten die wij hier vonden waren o.a.
Pulsatilla vernalis, Saxifraga oppositifolia,
Draba aizoides en Ranunculus alpestris.
In dit gebied ligt in juni nog vrij veel sneeuw.
Dus ik denk dat er in juli en augustus veel
meer planten te vinden zijn. Maar onze
voorkeur gaat ernaar uit om de col zelf te
negeren en de weg te vervolgen naar het eind
van de weg. Vanaf de col is dat nog een paar kilometer.
Na de col daalt de weg weer een beetje en vanaf de col wordt het wat planten betreft pas
echt interessant. Al na een paar (misschien twee km) zie je aan de linkerkant van de weg
hele grote rotsblokken liggen. Er is daar ook een soort stenen gebouwtje. Deze grote
rotsblokken zijn rijkelijk begroeid met Androsace helvetica.
Androsace pubescens
Achter deze rotsblokken is een mooie
groeiplaats met Thlaspi rotundifolium.
In de directe omgeving is ook een groot
aantal rotsplanten te vinden, zoals diverse
gentianen, Globularia cordifolia en G.
nudicaulis. U heeft misschien wel gemerkt
(aan de laatst vermelde plantensoorten) dat
we hier in een kalkgebied zijn aangeland,
terwijl op de col zelf alles wees op een zuur
gedeelte. Toch wel bijzonder dat dit zo
dicht bij elkaar ligt.
Aan het eind van de weg is ook hier voldoende parkeergelegenheid. Wij kozen ervoor om de
wandeling te maken die om het meertje loopt. Het duurt ongeveer 2˝ uur en is niet echt
moeilijk.
Direct al aan het begin van de wandeling vonden wij twee planten die leken op Androsace
helvetica, maar ze waren toch anders. Bij thuiskomst heb ik de foto’s doorgemaild naar een
bekend lid van onze vereniging. die mij vertelde dat dit Androsace pubescens was. Toch
leuk om die ook maar even te vinden.
De alpenweide kun je voor jezelf een
beetje onderverdelen in vochtige en droge
gebieden. Uiteraard vind je daar
verschillende soorten planten. In de droge
alpenweiden is o.a.te vinden: Veronica
spicata, Pulsatilla-soorten, Aster alpinus,
Gentianella germanica, Sempervivum
arachnoideum en S. montanum. De
volgende soorten orchideeën vonden we
hier: Dactylorhiza sambucina, Gymnadenia
conopsea, Leucorchis albida, Dactylorhiza
maculata en D. fuchsii en ook nog
Coeloglossum viride en Nigritella nigra.
In de vochtige delen groeien heel veel Dactylorhiza majalis subsp. alpestris, Listera
ovata, Primula farinosa en Bartisia alpina. Dit alles wordt compleet gemaakt met een
keur aan andere planten, zoals diverse soorten Campanula en Phyteuma, die op hun beurt
weer worden vergezeld door o.a. Polygonum bistorta, Geranium sylvaticum en Rhinanthus
in soorten.
Het spreekt natuurlijk wel voor zichzelf dat al dit moois alleen maar te zien is als de
alpenweiden nog niet zijn gemaaid. Ik kan mij wel voorstellen dat dit gebied er heel
anders uitziet als je in juli of augustus hier met vakantie bent.