Home


Nieuws
Agenda

Verenigingsblad
Zadendistributie
Plantenshows
Reizen
Ledenservice
Lidmaatschap

Rotsplanten
Rotstuin aanleggen
Boeken
Tuinen van leden
Artikelen door leden
Links

NRV Forum
Contact



Zoeken binnen site

 

Nederlandse Rotsplanten Vereniging

 
Eriogonums

Geert Borgonje

Het geslacht Eriogonum ook wel American Buckwheats (Amerikaans Boekweit) genoemd is een geslacht van ongeveer 150 soorten die een of meerjarig kunnen zijn. Het geslacht Eriogonum behoort tot de familie van de gecultiveerde boekweit ( Fagopyron esculentum) n.l. de Polygonaceae.

Voor onze rotstuin zijn het vaak soorten die op den duur na een groeiseizoen verhouten tot zeer kleine dwergheesters.

Ook zijn er soorten bij, vooral bij de eenjarige die niet interessant zijn voor de rotstuin door de losse groei en hoog opgaande planten. Maar daar in tegen zijn er soorten bij die echte juwelen zijn voor onze rotstuin mits goed beheert en waar veel plezier aan beleven valt.

Eigelijk is het een geslacht wat nog niet zoveel jaren geleden geïntroduceerd is en dat is ook te merken door de weinige interesse voor dit geslacht, ook al omdat ik al diverse jaren soorten aanbied op onze verkoopdagen. Onbekend maakt onbemind is zeker hier op zijn plaats.

Ook de moeilijkheidsgraad moet ik meteen toegeven is niet altijd even gemakkelijk maar zie ik als een uitdaging. De voor ons interessante soorten komen voor in Noord Amerika en dan vanuit het midden vanaf de staat Colorado naar het westen aansluitend aan Californië en in het noorden aan Britisch Columbia.

De planten groeien daar op plaatsen met hete droge zomers en droge koude winters wat bij ons zeker niet het geval is. In hoofdzaak zijn de meeste soorten aan deze droge en hete omstandigheden gewend gezien hun uiterlijk door hun groene leerachtige bladeren maar de meeste soorten zijn grijsgroen tot zeer viltig of sterk behaard om de verdamping zoveel mogelijk tegen te gaan en wat tevens de meeste sierwaarde aan deze groep van planten geeft.

De bloemen zijn erg variabel tot soms onaanzienlijk van een samengestelde bolvormige bloeiwijze zoals b.v. E. ovalifolium en tot meer schermvormige bloeiwijze van E. umbellatum in de kleuren wit, rood en vaak geel. Meestal verandert de kleur van de bloemen naarmate de bloeitijd vordert tot een totaal andere kleur soms rose, rood of oranje. Ook in de soort zelf zit vaak veel variatie in vorm, groeiwijze en bloemkleur.

 

Eriogonums die voor ons als rotsplantenliefhebber van belang zijn kunnen we in de volgende groepen indelen;

Subgenus Eucycla

Sectie Alocogonum heermannii

          Sectie Aphlegonum

Subsectie Aphlelogonum acaule, brevicaule

Sectie Capitata

Subsectie Capitata pauciflorum

Subsectie Epochthidia chrysops, chrysocephalum, gracilipes, kennedyi, kingii,

mancum, ochrocephalum, rosense

Sectie Corymbosa

Subsectie Corymbosa bicolor, clavellatum, effesum, ericifolium,

microthecum

Sectie Eucycla niveum, ovalifolium, strictum

Sectie Lachnogyna lachnogynum

Sectie Ochthoeidolon aretioides

Subsectie Cunicularia shockleyi, tumulosum, villiflorum

Sectie Racemosa

Subsectie Intervalla kennedyi, wrightii

Subgenus Oligogonum

 

Sectie Binaridoma incanum

Sectie Caespitosa caespitosum, douglasii, sphaerocephalum

Sectie Flava androsaceum, flavum, jamesii

Sectie Mataxophytum kelloggii, thymoides

Sectie Oligogonum compositum, congdonii, heracleoides, siskiyouense,

umbellatum, ursinum

Sectie Pseudoumbellata lobbii, pyroliifolium

Cultuur en vermeerdering

We kunnen de Eriogonums wel in twee groepen onderscheiden,

- groenbladige vormen

- witviltig of sterkbehaarde vormen

De eerste groep is in het algemeen gemakkelijker te houden dan de tweede groep.

De groene vormen van b.v. E.umbellatum met zijn diverse variëteiten in groeivorm vragen een goed doorlatende bodem en een lichte standplaats. Ze vormen in het algemeen grote matvormige groepen die bloeien met schermvormige lichtgele bloemen die later verkleuren mits ze wel een zonnige standplaats hebben anders laten ze de bloei achterwege. Een uitzondering in grootte is de mooie E. umbellatum var. porteri die in alles kleiner is en diepgele bloemhoofdjes op de plant hebben.

Bij de groep van witviltige of sterk behaarde soorten zijn andere eisen aan verbonden.

De bodem moet zeer doorlatend zijn en de rozetten moet niet met de grond in aanraking komen maar rusten op b.v.een laag grit. De planten kan men het beste hoog in de rotstuin zetten waar ze op een zo droog mogelijke conditie kunnen groeien. Zelf heb ik goede resultaten op een zandbed van 80 procent brekerzand met 20 procent klei gemengd.

De planten hoeven ook bij langdurige droogte niet gegoten te worden omdat de plantenwortels van nature de diepere onderlaag van de rotstuin opzoeken met hun penwortels.

Dit verklaart natuurlijk ook waarom ze in de natuur zeer hete droge zomers kunnen overleven. Het aanplanten in de rotstuin kan het beste in het voorjaar en vroege zomer gebeuren zodat de planten in het najaar vastgegroeid zijn in de rotstuin. Soms is uitplanten in de rotstuin het kritieke moment van aanslaan van bepaalde soorten.

Ook zijn Eriogonums zeer geschikt voor beplanting van troggen en gebruik voor alpine kas.

Zelf heb ik een plant van E. caespitosum al zeker 8 jaar in de kas staan en behoud de mooie groeivorm en bloeit elk jaar met lichtgele bloemhoofdjes op de plant die later verbloeien naar roze. In de herfst dek ik de grijsbladige soorten af met plexiglas om de vele neerslag in de winterrust periode te voorkomen en zodoende te kunnen overleven.

Vermeerdering.

In de literatuur staat te lezen dat men Eriogonums vroeg in de zomer kan vermeerderen d.m.v. stek en moet behandeld worden als stek van Androsace of Dionysia. Zelf is mij dit nog nooit gelukt en ook bij navraag van anderen niet.

Voor mij geeft zaaien weinig problemen alhoewel de resultaten per soort verschillen.

De zaden die klein en pitvormig zijn worden vaak alleen aangeboden van wildzaad. Wanneer van cultuurplanten zaad wordt aangeboden krijgt men meestal de uitgebloeide bloemresten die geen kiemkrachtig zaad bevatten. Van mijn planten heb ik daarom nog nooit zaden kunnen oogsten. Wanneer ik zaden bestel doe ik dat bij N.N.S.seeds van Ron Ratko in de U.S.A. die erg betrouwbaar is in soortechtheid en hoeveelheid zaad en een sortiment aanbied van het ene jaar 15 en andere jaar 35 soorten naar keuze van plaats waar hij de zaden gaat verzamelen.

Ik zaai meestal de zaden in februari in 7 cm. potten waar 2 cm drainage materiaal op de bodem zit. De zaaigrond bestaat uit 2 delen potgrond en 1 deel brekerzand en het zaad wordt afgestrooid met filtergrind. De opkomst is meestal te verwachten tussen 4 en 8 weken.

Wanneer de eerste hartblaadjes verschijnen worden de jonge planten opgepot, weer in een zeer doorlatend grondmengsel. In het begin oppassen bij grijsbladige soorten met water geven en het beste is niet eerder water te geven wanneer de potkluit begint uit te drogen. Pas op voor doorgroeien uit de pot omdat ze een penwortel vormen en het beste is de potten regelmatig op te nemen zodat niet de wortelkluit buiten maar in de pot gevormd wordt.

Sortiment.

 Verdere soorten die ik in de rotstuin heb uitgeprobeerd.

E. gracilipes: Sheep mtn. en White mtns.,Mono Co,CA.

Smal kussenvormig, ellips vormige bladeren, wit filtig, kleine planten op stenige kalkgrond

Bloemen wit later roze

E.compositum: Washington en California en Idaho

Kleine ronde behaarde bladeren, grijsachtig op droge hellingen groeiend, bloemen crèmewit tot geel, 2 tot 4 cm hoog, kruipend

 E.ovalifolium var. nivale: California, Sierra Nevada

Vlak groeiende planten met de meest witte bladeren op vulkanisch gesteente en puinhellingen

Bloemen geel, verbloeiend soms naar roze, rood of brons, oppassen voor teveel water op blad.

 E.wrightii var.subscaposum: Sierra Nevada en California

Matvormige planten met kleine smalle witte bladeren, bloemen op 10-20 cm, wit of roze in late zomer, droge stenige hellingen.

E.thymoides: Staat Washington tot Oregon en Idaho

Kleine struikjes tot 25 cm hoogte, zilvergrijs behaard, bloemen heldergeel, erg mooi soort op rotsachtig basalt en hete plaatsen groeiend.

E.kennedyi var.alpigenum: California, Mnt.Pinos

Kleine hard zilverwitte kussens misschien wel de kleinste, bloemen wit en rood in kussen, groeit vrij gemakkelijk, droge hellingen en tussen Juniperus bossage

 E.jamesii,Centrale Rocky Mtn.

Spatelvormige geelachtige behaarde bladeren van 2.5 - 3.5cm lang, plant groter tot 20 cm, bloemen geel tot wit bloei uitbundig. Niet moeilijk.

E.siskiyouense: Noord California, Cory Peak, Scott Mtn.

Kleine blauwgroene bladeren, onderkant viltig behaard, heldergele ronde bloemen later rood op 3-8cm stelen, stenige bodem

E.flavum: Rocky Mountains,

Matvormig en erg variabel in vorm, bladeren 5 cm groen, onderkant behaard, bloemen geel op 10-20cm stelen. Alpine toppen

E. umbellatum var. subalpinum: Coyote Ridge, N.of Lake Chelan

Donkere olijfgroene bladeren, met wit viltig aan onderzijde, kleiner dan het soort, matvormig.

Lichtgele bloemen, groeit in stenige weilanden. Niet moeilijk.

E.umbellatum var.humistratum: Mt.Eddy, Trinity Mtn. Siskiyou Co.

Matvormig, met kleine zilvergrijze afgeronde bladeren, niet moeilijk soort, bloemen eerst groengeel later koperkleurig of bronsoranje, stenige hellingen

E.umbellatum var. umbellatum: Divide Ridge, SW of Naches, Yakima Co.

Smalle rozetten, met donkergroene ovale bladeren, onderkant witwollig, bloemen zwavelgele bollen op5-10 stelen. Op droge stenige hellingen

Er zijn meerdere soorten die ik uitgeprobeerd heb maar niet alle soorten zijn geschikt voor ons klimaat, sommige soorten groeiden totaal uit elkaar waardoor de natuurlijke vorm verdween ook op de zonnigste plaats in de rotstuin. Toch is het aan te raden eens de uitdaging aan te gaan voor dit boeiende geslacht in rotstuin, trog of alpine kas.

 Afbeeldingen door Geert Borgonje:

Eriogonum caespitosum

Eriogonum douglasii var. tenus

Eriogonum jamesii

Eriogonum kennedyi

Eriogonum kennedyi var. alpigenum

Eriogonum ovalifolium

Eriogonum ovalifolium var. nivale

Eriogonum strictum subsp. proliferum var. ancerinum

Eriogonum strictum subsp. prolificum var. proflificum

Eriogonum thymoides

Eriogonum umbellatum

Eriogonum umbellatum var. porteri

Eriogonum wrightii subsp. subscvaposum

 

Literatuur;

Encyclopaedia of Alpines
Northwest Native Seeds, Ron Ratko
Bulletins: Alpine Garden Society, American Rockgarden Society. 

 

Geert Borgonje, Raalte