In dit artikel wordt de bouw van de eigen tuin van Marijn beschreven.

foto's onderaan de
pagina
Doelstelling
Rondom je woning een gebergte laten verrijzen in een omgeving waar alles vlak is en waar geen gesteente voorkomt was voor mij een grote uitdaging. Belangrijk was dat het gebergte in de tuin zo natuurgetrouw mogelijk moest worden met veel variatie. Hierdoor zou vervolgens vanzelf een verscheidenheid in groeiomstandigheden ontstaan voor diverse soorten planten. Omdat het nieuwe huis in een woonwijk staat, was één van de uitgangspunten om een erfscheiding te kiezen die geen afbreuk zou doen aan mijn doelstellingen en toch voldoende privacy zou bieden. Als je in een tuin behoorlijke hoogteverschillen wilt realiseren, dien je rekening te houden met de ruimte die noodzakelijk is voor de taluds om de gewenste hoogte te bereiken. Omdat de tuin slechts 18 meter breed is, moest het laagste punt onder het maaiveld worden aangelegd. Door de aanleg van een betonnen keermuur als erfscheiding kon het talud al op een hoogte van 1 meter boven het maaiveld beginnen ( zie figuur 1). Hierdoor is voldoende ruimte overgebleven in het midden van de tuin. De hoogte van de omringende “bergen” zorgde voor voldoende privacy.
Erfafscheiding
De keermuur is opgetrokken met holle betonstenen van 20 x 20 x 40 cm. De keermuur staat zonder fundering op vaste gele grond, circa 60 cm. onder het maaiveld. Tussen iedere laag is wapening ingemetseld. In de holte van de betonsteen is om de 6 meter muurlengte een r.v.s.-wapeningsstaaf gestort welke eindigt in een betonblok dat zich onder de rotstuin bevindt (zie figuur 1). De muur vertoont tot op heden geen enkele scheur en kan de gronddruk goed aan.
Berging in de “berg”

Ook was het mijn bedoeling om in de tuin een berging met de binnenafmetingen van 6 x 6 meter te bouwen. Om deze zo natuurgetrouw mogelijk in de rotstuin op te nemen heb ik besloten deze in een “berg” onder te brengen. Omdat op de geplande plaats van de berging zich een gronddepot bevond dat was aangelegd met aarde uit de bouwputten van drie woonhuizen, moest “de berg” eerst door een graafmachine verplaatst worden. Hierna is een 20 cm dikke plaatfundering met opstaande wanden gestort op een diepte van 70 cm. onder het maaiveld. (zie figuur 2). De betonstenen berging staat met twee zijden op de erfscheiding in een hoek van de tuin en is geheel dubbelwandig opgemetseld. De muren zijn voorzien van diverse ventilatie-stootvoegen. Het dak is gemaakt van ca. 30 cm. dik gewapend beton dat geschikt is voor een belasting van 50 cm. zand. Voor de afvoer van overtollig water heeft het dak een afschot van 2 % gekregen. Verder is de randzone van de plaatfundering en het gehele dak voorzien van draineringsbuizen die aangesloten zijn op het riool. Op het dak ligt een 50 cm dikke laag, bestaande uit grind en steenpuin als afdekking van de draineringsbuizen en een mengsel van fijn puin, en zand voor het overige deel. Op het dak ligt verder nog een sproei-installatie welke gebruikt kan worden tijdens droge perioden. Om de muren van de berging aan de tuinzijde aan het oog te onttrekken is niet gekozen voor het gebruikelijke talud, doch voor een steile rotswand. Deze wand moest zorgen voor het “spannende” element in de tuin. Na een bezoek aan enkele groeven in de Belgische Ardennen, kwam ik echter tot de conclusie dat het geen haalbare kaart was om de wand in natuursteen uit te voeren. Met een rotswand in gedachte, wil je geen concessies doen aan het oorspronkelijke ideaalbeeld. Er zou en moest dus een rotswand komen.
Het gemis van natuursteen kende men al in de Victoriaanse tuin-periode. We zien dit heden ten dage nog steeds bij de fabricage van troggen. De oplossing lag dus voor de hand: hypertufa.
Hypertufa rotswand
Na het maken van een tekening op schaal werd een rotswand ontworpen die bestond uit vijf “gepotdekselde” rotsplaten van elk circa 15 cm. dik. Door nu de vorm van de platen in de grond uit te graven konden deze later volgestort worden met hypertufa-specie. Er werd een mengverhouding aangehouden van 2 delen cement, 2 delen gezeefde turfmolm en 3 delen scherp zand. I.v.m. de hanteerbaarheid zijn de platen voorzien van roestvaste wapeningsstaven met een doorsnede van 8 mm met aan de achterzijde een oog om ze later aan de dakrand van de berging te kunnen bevestigen. Om voor de benodigde plantgaten te zorgen zijn vóór het storten op verschillende plaatsen stukken tempex geplaatst. Nadat de platen goed waren uitgehard werden ze met behulp van een kraan op een puinfundering geplaatst, ongeveer 40 cm. verwijderd van de bergingsmuur. De tussenliggende ruimte werd opgevuld met puin, bladaarde, turfmolm en aarde, welke in mijn tuin bestaat uit leemhoudende zandgrond. Belangrijk bij het plaatsen is tevoren rekening te houden met de positie van de verticale spleten tussen de platen. Vanwege het uitdrogingsgevaar zijn de spleten op het Noord-Oosten gericht. Desondanks kan het tijdens droge perioden voorkomen dat extra gesproeid moet worden. Makkelijker zijn de plantgaten in de platen zelf; hierbij komt uitdroging niet voor. In de spleten groeien Primula auricula , Globularia cordifolia en div. Saxifraga’s uit de Porphyrion- en Euaizoonia sectie zoals bv. S.hostii subs.hostii en verder nog wat dwergconiferen zoals Pinus mugo ‘Humpy’, Abies koreana’Silberpearl’ en de iets grovere Abies cephalonica ‘Meijers dwarf’.
Natuur als voorbeeld

Iedereen heeft in de bergen wel eens onder langs een rotswand gelopen en in de wand de flora bewonderd.
Om deze reden loopt er ook in mijn tuin een pad onder langs de wand.
Overbekend zijn in de bergen ook de kleine waterloopjes die van hoger gelegen gedeelten naar beneden stromen. Daarom ook loopt er in mijn tuin water vanaf een hooggelegen punt uit de rotswand, dat later dwars over het pad een weg zoekt naar een steen die over de vijverrand ligt.
Vanaf deze steen valt het water in de vijver. Vanuit de vijver wordt het water weer teruggevoerd naar haar beginpunt. Op de pomp met een capaciteit van 6 m3/ h is een watersplitsing gemaakt naar nog een ander deel van de tuin, de natte peatwall.
Dit is een uit vertikale hypertufa-platen opgebouwde verticale stapeling met daartussen turven.
Dit geheel wordt continu overstroomd met sijpelend water, dat uiteindelijk via een turfbed weer teruggevoerd wordt naar de vijver.
Dit deel ligt in de halfschaduw, een ideale plaats voor div. soorten Dodecatheons, Linnaea borealis, Saxifraga aizoides, S.stellaris , Aziatische Primula’s, zoals P.clarkei en P.firmipes. De Arabis soyeri subs.jacquinii zaait zich er zelfs spontaan uit.
Mijn belangrijkste inspiratiebron bij het bouwen van de rotstuin was de natuur in de Alpen en in mindere mate mijn bezoeken aan rotstuinen. Je ontwikkelt om deze reden ook een goed gevoel onder welke omstandigheden planten in hun habitat groeien. Vandaar dat er in de tuin diverse zones zijn gerealiseerd.. Er zijn thans screezones, moerassige delen, zonnige en droge stukken en schaduwrijke en vochtige plekken. Voorts twee vijvers, een bergbeek en een waterval.
Het tot nu toe besproken tuingedeelte is opgebouwd uit prefab. rotsen van hypertufa. Hiervoor zijn 700 zakken cement gebruikt. De betonmolen was zelfs totaal versleten! Na het plaatsen van de hypertufa stenen hebben alle stenen de zelfde kleur. Al snel komt er een variatie in kleur door algen- en mosgroei. Schaduw en vocht zijn hoofdzakelijk bepalend voor dit effect.
Om ook een tuin met breuksteen te maken moest een zo natuurlijk mogelijke overgang komen tussen het hypertufa-gedeelte en de te gebruiken Ardenner breuksteen. Hier is gekozen voor een uitloopzone van gebroken hypertufasteen die overgaat in een hoog gelegen bosje van dicht bij elkaar geplante Abies nobilis (syn.A.procera), waarvan het talud omringd is met Rhododendron ferrugineum, Arctostaphylos uva-ursi, Erica carnea ,Polygala chamaebuxu, Lilium martagon en Veratum Album. Tussen de ruigere begroeiing gaat het over in Ardenner breuksteen .
Stromend water

In het sparrenbosje ontspringt een bron waarvan het water via een waterval die met 12 m3/h tussen en over Ardenner stenen naar beneden stort. I.v.m. het geluidsniveau en het energieverbruik van de zware pomp werkt de waterval niet continu. Ze is aangelegd volgens het cascadesysteem (zie fig.3). Als de pomp wordt uitgeschakeld blijven de cascades gevuld met water, hetgeen een populaire baadplaats oplevert voor de vogels.
Door de schaduwrijke ligging verliest de waterval nauwelijks water door verdamping.
De vijver waar de waterval in uitkomt ligt onder de ramen tegen de zuidgevel van het woonhuis. Het hemelwater van het dak van de woning stroomt via een steenbedding in de vijver. Deze vijver ligt beduidend hoger dan de achter in de tuin gelegen vijver. Ze zijn met elkaar verbonden door een bergbeek. Het laten stromen van de bergbeek gaat als volgt:
de zware pomp van de waterval ligt in de laagst gelegen vijver en pompt het water naar de waterval bij de hoogst gelegen vijver. Het waterniveau van deze vijver stijgt hierdoor ca. 3 cm en stroomt via de bergbeek, die uit drie cascades bestaat, naar de laagst gelegen vijver. Op deze manier is het mogelijk om met een pomp zowel waterval en bergbeek te voorzien van stromend water.
Bij de aanleg van alle waterhoudende tuinonderdelen is bij de uitvoering uitgegaan van het royaal voorvormen van de, uit gele grond bestaande, ondergrond. Achtereenvolgens is deze bedekt met restanten nylon vloerbedekking en vijverfolie, Vervolgens is het geheel afgedekt met plastic folie. Hierop is een laag van ca. 10 cm. stampbeton aangebracht die daarna stevig is verdicht.
Belangrijk hierbij is het gebruik van de plastic folie. Deze zorgt dat de plooien van de vijverfolie vrij kunnen bewegen en niet in het beton worden gestort. Gebeurt dit wel dan leidt dit in combinatie met plantengroei vaak tot lekkages.
De vijverfolie zorgt alleen voor een waterdichte afdichting.
Na het uitharden van het beton zijn hier en daar op steilere stukken Ardenner breukstenen gemetseld. De overige ruimte is met verschillende stenen volgestapeld, waardoor een natuurlijk beeld is ontstaan. Bij het gebruik van cement en beton duurt het overigens enige tijd voordat de chemicaliën uit de vijvers en waterlopen verdwenen zijn. Dit kan versneld worden door gedurende het eerste jaar het water enige malen te verversen
Beplanting in en om het water
Water hoort, evenals in de bergen, ook in de rotstuin thuis. Naast het esthetische effect is ook het geluid van stromend water van enorm belang voor het met zoveel mogelijk zintuigen beleven van het gevoel "in de bergen te zijn".
De beplantingsmogelijkheden in de vijver zijn beperkt. De randzones van waterpartijen zijn daarentegen voor de specifieke vocht minnende planten van groot belang.Vandaar dat de vijvers een flink stuk groter zijn, dan het wateroppervlakte dat nu zichtbaar is. Door in de vijver muren te metselen tot net onder de waterlijn ontstaan bakken die volgestort zijn met een mengsel van tuinturf en leem. De oppervlakte is afgedekt met harde turfblokken. Deze blokken zijn minder plantvriendelijk dan de zachte, doch ze ontmoedigen de merels tijdens hun slooptochten. Met een afdeklaag van turven kunnen hoogteverschillen in het moeras worden gerealiseerd waardoor het vochtgehalte van de standplaatsen voor de planten variabel is. De planten worden tussen de turven gepland. Op deze manier groeien soorten als Eriophorum angustifolium, Swertia perennes en Drosera- en Pinguicula in de lage natte gedeelten en Betula nana, Myrica Gale, Gentiana sino-ornata, Europese Primala’s zoals P.farinosa, P.hirsuta en P.minima alsmede de Aziatische Primula’s op de hoger gelegen gedeelten. Bij natte jaargetijden stijgt alleen het water van de laagst gelegen vijver, dus ook de vochtigheid van de moerassen. Om dit te voorkomen is er langs het moeras een verlaagde zone gemaakt, die bij een te hoge waterstand vol loopt, een zgn. overstromingszone. Als deze zone is volgelopen kan het overtollige water weglopen in een put die verbonden is met het riool
(zie figuur 1). Om ervoor te zorgen dat bij fikse stortbuien geen rioolwater vanuit de put in de tuin kan stromen is er m.b.v. een tempex bal een waterslot onder de put aangebracht (zie figuur 1). Ook voor de plaatsen in de tuin die periodiek onderlopen zijn liefhebbers onder de planten te vinden, zoals de bolgewassen Lecojum vernum, L. aestivum, Fritillaria meleagris en crocus albiflorus.
Droogteminnende gewassen
Er zijn echter ook knol- en bolgewassen, alsmede vaste planten, die een sterke voorkeur hebben voor droge goed gedraineerde standplaatsen. Voor die gedeelten en voor de ondergrond van de paden is ca. 50.000 kg steenpuin verwerkt. Dit puin, dat gemaakt is van oude bakstenen, heeft een goede vocht regulerende werking. Het absorbeert vocht en laat veel water door. Het is eenvoudig te verkrijgen bij de steenbrekers voor de wegenbouw.
Planten die het in deze gebieden goed doen zijn bv. de bolgewassen: Bulbocodium, Tulipa, Muscari, Sterbergia, Gagea, Crocus en bv.de vaste planten: Geranium, Onosma en Moltika
Stenen in maten en gewichten
Wat in de bergen opvalt is de enorme variatie in steenafmetingen. In de tuincentra zijn vaak alleen de hanteerbare afmetingen te koop en bovendien er is vaak geen split in dezelfde steensoort verkrijgbaar. Om deze reden heb ik twee maal een vrachtwagen met ca.30.000 kg breuksteen vanuit een groeve in de Belgische Ardennen laten komen.
Een lading bestond uit niet-gezeefde kleine stenen tot ca. 10 cm voor de strooilaag en de andere lading bestond uit grotere stenen met een maximum gewicht van ca. 1500 kg per stuk.
De grotere stenen had ik vooraf in de groeve uitgezocht. Ik had hierbij ook rekening gehouden met voldoende variatie in vorm. De zware stenen zijn met een kraan als laatste boven op de lading stenen in de oplegger gelegd. Eenmaal thuis gekomen moet je rekening houden met de ruimte die nodig is om ca.30.000 kg stenen te storten. De enige ruimte die ik nog ter beschikking had, was voor op straat. Dit bleek achteraf geen goede keuze.
De tweede lading heb ik dan ook elders gestort en op de momenten dat ik weer wat stenen kon gebruiken heb ik die vanuit het depot met een aanhangwagen of loader naar huis vervoerd.
Doordat nu zowel de tuin als de paden gemaakt zijn van dezelfde steensoort komt het geheel natuurgetrouw over
Kalkmilieu
Bepaalde planten hebben een voorliefde voor kalk; tufsteen is hierbij ideaal. Door het feit dat de kalkmilieus goed gescheiden moeten zijn van de zuurdere milieus om zodoende elkaar niet negatief te beďnvloeden is gekozen voor een steenstapeling tegen een op het Zuiden gelegen talud (zie figuur 1). Hier is gebruik gemaakt van ongeveer 250 mergelblokken met een afmeting van 20 x 25 x 40 cm. Belangrijk bij het plaatsen van mergelstenen is er rekening mee te houden dat de gelaagdheid van de mergel horizontaal blijft, dit i.v.m. het mogelijk kapot vriezen in de winter. In mergel zijn gemakkelijk plantgaten te boren. Tussen de voegen van de blokken zijn eveneens plaatsingsmogelijkheden voor de kalkminners. In dit basische milieu staan soorten van Acantholimon, Arenaria, Arabis, Campanula, Draba, Dianthus, Geranium, Helianthemum, Saxifraga en Veronica. In geboorde gaten in de schaduw groeien Jankea heldereichi en Physoplexis comosa .Mijn ervaring is dat voor de wat moeilijkere soorten, tufsteen beter geschikt is dan mergel. Doordat ik in mijn woonplaats een naoorlogse noodwoning, die was opgetrokken was uit mergelsteen, mocht slopen, ben ik ”eenvoudig” aan dit materiaal gekomen.
Plan van aanpak
De opbouw van de tuin heeft vier jaar geduurd. Er is niet continu aan gewerkt, maar in fases. Hierdoor is er tijd geweest om rustig over bepaalde details na te denken en je vooraf goed te oriënteren. Met name wat de bouwkundige aspecten betreft heb ik adviezen ingewonnen bij een architect, een constructeur en een betonspecialist. Belangrijk bij een dergelijke onderneming was om vooraf vast te stellen welke elementen in de tuin moesten worden opgenomen. Het betrof dan zaken zoals eventuele elektriciteitskabels, waterleiding, riolering, draineringbuizen, pompleidingen, pomp(en), vijver(s), keermuren, erf scheiding(en) en terras(en). Ik had een plan van aanpak gemaakt en de fases in de juiste volgorde gepland. Zo moest ik bijv. rekening houden met voldoende ruimte voor de machines en voertuigen die in de tuin moesten werken. Voordat ik met de opbouw van een nieuwe fase begon zorgde ik eerst voor het verzamelen van voldoende geschikt materiaal. Zo werd bijv. eerst een geschikte steen gezocht die ik voor een bepaalde plaats in gedachte had. Ik wilde ten aanzien daarvan geen concessies doen!. In gedachte zag ik de geplande flora er al omheen. Dit creatieve proces maakt het bouwen van een rotstuin zo bijzonder.
Foto's:





|