Folium Alpinum
Folium Alpinum is het kwartaalblad van de NRV. Het blad wordt elk kwartaal met zorg samengesteld en bevat altijd weer interessante artikelen met beschrijvingen van tuinen, planten en reizen.
Artikel-overzicht: Het overzicht van de artikelen die tot op heden verschenen zijn in Folium Alpinum (alleen voor leden; hier heeft u Adobe Acrobat Reader voor nodig).
Folium Alpinum lees je met rode oortjes!!
Hieronder vindt u een aantal fragmenten uit het februari - nummer van dit jaar. Wilt u alles lezen? Wordt dan lid van de Nederlandse Rotsplanten Vereniging.
De Griekse flora blijft boeiend....
José Kamstra
Tijdens of naast onze begeleide plantentours pro-beren we ieder jaar foto’s te maken van een aantal plantensoorten in bloei die we tot dan toe nog niet op de foto hadden gezet. Er zijn meer dan zesduizend
plantensoorten in Griekenland, dus voorlopig kunnen we vooruit.
Planten in bloei vinden en fotograferen op de juiste plaats en het juiste tijdstip is altijd een spannende bezigheid. Zo komt het regelmatig voor dat we of te vroeg of te laat zijn of dat we helemaal geen planten aantreffen! De Griekse weergoden zijn onvoorspelbaar wat natuurlijk de bloeiperiode van de bergflora enorm
beïnvloedt, maar het zijn niet alleen de weersomstandigheden die van invloed zijn. De steeds groter wordende geiten- en schaapskuddes vreten heel veel op. De bouw van steeds meer huizen, hotels en appartementen in de bergen en de heropening van een aantal mijnen baart ons eveneens zorgen. Lees verder in FA 105, pag 24 e.v.
De liefde voor de rotstuin deel 2
Ap Peppelenbos
In Folium Alpinum nummer 100 van november 2010 heeft u kunnen lezen over de rotstuin die wij hadden aan de Julianalaan 33 in Eefde. Toen dit nummer van Folium Alpinum bij u in de brievenbus gleed, waren wij (Annie en Ap) al twee maanden daarvoor verhuisd naar Gorssel. Waarom, zult u zich misschien afvragen. Nou heel eenvoudig, mooiere locatie, prachtig uitzicht, veel rustiger buurt en een
honderd vierkante meter grotere tuin. Totale oppervlakte van voor- en achter-tuin: 280 m2 .
De rotstuin op onze nieuwe stek, waar we ons al volledig thuis voelen, moest natuurlijk helemaal opgebouwd worden. In de voortuin zijn we begonnen met de aanleg van een rotstuin met een oppervlakte van 36 m2. Deze houden we laag en die hebben we dus maar weinig opgehoogd. Er komen makkelijke planten in die niet te veel eisen stellen aan hun standplaats. De buren kwamen ook nog even langs en ze vonden het wel erg mooi worden. “Of we van het stuk tussen onze vooringang en die van hen niet één geheel konden maken”. Zo gezegd, zo gedaan: een mooi verhoogd bed werd aangelegd.
Lees verder in FA 105, pag 6 e.v.
De hooggebergteflora van de Karakorum
Marijn van den Brink
Een van de ruigste berggebieden van onze aarde is de Karakorum, ten westen van de Himalaya. Zeven van de achttien bestaande “achtduizenders” liggen in dit relatief kleine gebied en vormen een natuurlijke grens tussen Pakistan en China. Vanwege de geïsoleerde ligging is de Karakorum in het verleden nauwelijks door floristen bezocht. Zo is het dus mogelijk planten te vinden die niet zijn beschreven in de flora van Pakistan. Ik bezocht het gebied in augustus 2008.
De K2, de Broad Peak en de Gasherbrums liggen alle maximaal 25 km van elkaar. Al deze machtige bergreuzen voeden met hun gletsjers de enorm grote Baltoro gletsjer, die maar liefst 62 km lang is. Het is niet zo eenvoudig om dit gebied te bereiken. Vroeger kon men via de Zijde-route het dal bereiken waar men door-heen moest om bij de Baltoro gletsjer te komen.
Het negende wereldwonder
In 1966 is gestart met de aanleg van een weg van Pakistan naar China die gedeeltelijk over het traject van de oude Zijderoute voert. Aan deze weg, de Karakorum Highway (KKH), die ook wel het negende wereldwonder wordt genoemd, is twintig jaar gewerkt. Het heeft zo’n duizend arbeiders het leven gekost. De weg verbindt nu de hoofdstad Islamabad via de Khunjerab pas (4934 m) met Kashgar in de provincie Xinjiang in China. Dit is de eerste en enige grensovergang tussen beide landen.
Door de KKH is de bereikbaarheid van het gebied sterk verbeterd. De KKH kan nu gebruikt worden om in Gilgit te komen. Vanuit deze plaats kan via een zijdal het gebied van de Baltoro gletsjer bereikt worden. Door dit dal stroomt de Shigar rivier die gevoed wordt door de Baltoro gletsjer en die uitmondt in de Indus. Vanuit Gilgit kan met een jeep - als alles goed gaat - in twee dagen rijden Askole (3000 m), het laatste dorp in het dal, worden bereikt. “Als alles goed gaat” betekent: indien er geen aardverschuivingen zijn en alle hangbruggen er nog “hangen”. Vanaf Askole zijn er geen berijdbare wegen meer en zal men te voet verder moeten. Ons doel zijn de basiskampen van de K2 en van de Broad Peak.
Lees verder in FA 105, pag 28 e.v.
Naar de windgeveegde top
Wiert Nieuman
Het is midden juni 2011 en na een paar weken vakantie in Italië, zijn we nu in het Oberinntal in Oostenrijk. Het heeft de hele ochtend geregend en, net na de middag, breekt de zon door en trekt de lucht open. We besluiten nog even met de kabelbaan naar boven te gaan. Het scheelt tenslotte heel veel tijd en moeite als je duizend meter met de cabine kunt overbruggen.
We nemen vanaf het bergstation het smalle kronkelpaadje naar de top en vijf minuten nadat we de cabine verlaten hebben, zijn we boven. Alles wat meer dan tien cm boven het maaiveld uitkomt, wordt hier door wind, ijzel en sneeuw gegeseld en kort gehouden. Komen we een paar weken later dan zullen de sterke Gentiana punctata en Gentiana purpurea hier de elementen trotseren en toch veertig tot vijftig cm hoog worden en volop bloeien.
Aan het begin van het paadje staat Minuartia sedoides op en tussen stenen. Het is een kussenplant die voor zekerheid kiest en onder geen beding de hoogte in gaat. Slechts een paar cm is hij hoog en de minuscule bloemetjes zijn groengeel van kleur. Nee, dit is niet de koningin van het bal, eerder de Assepoester voor de prins haar ontdekt. Ach, laat ik die prins dan zijn. Wat kan in kleinheid en onopvallende gekleurdheid veel schoonheid verborgen zijn! Minuartia sedoides is echt de moeite waard om een knieval voor te maken. Bewonder de piepkleine bloemetjes waaraan alles aanwezig is om zich voort te kunnen planten, leg je hand op het kussen en voel de stevigheid en compactheid.
Lees verder in FA 105, pag 17 e.v.
Zaad verzamelen in het wild
Linda Verbeek
Bijna elk jaar gaan wij in de nazomer/ vroege herfst een tocht maken met als hoofddoel: zaden verzamelen. Dan moeten we natuurlijk eerst bedenken waar we heen willen. Ongelukkigerwijze zijn er vanuit Vancouver, Canada maar betrekkelijk weinig mogelijkheden. Naar het noorden kun je maar een klein eindje, in het
westen is de Stille Oceaan (met dan weliswaar Vancouver Island er nog tussen, maar daar raak je gauw uitgekeken), dus in principe alleen óf naar het oosten, óf naar het zuiden, en dan de VS in. Bovendien moet je beslissen of je wilt gaan naar een gebied dat je goed kent, of een gebied dat nieuw, of tenminste veel minder bekend is. Het voordeel van een gebied dat je goed kent, is dat je weet welke planten je kunt tegenkomen en vaak waar je ze precies kunt vinden. Beide elementen zijn belangrijk, een plant in zaad ziet er vaak niet zo uit als een plant in bloei, en planten zijn ook vaak sterk gebonden aan bepaalde milieus. Een voorbeeld: jaren en jaren geleden, toen we een keer in de bloeitijd op reis waren, hebben we Dodecatheon jeffreyi in bloei gezien - groeiend in water! Een jaar of drie, vier geleden waren we weer in die streek (de Cascade bergen van Oregon), op zoek naar zaad, toen we, lopend op een voetpad door het bos heen, een open plek zagen. Het bleek een klein moeras te zijn, dat op dat moment, aan het eind van de altijd droge zomer, volkomen uitgedroogd was. Maar in de diepere geultjes stond het vol met D. jeffreyi met alle zaaddozen vol zaad. We kunnen dat plekje nu terugvinden. Maar je moet er voor naar een speciaal kampeerterrein, en dan vandaar uit over een speciaal pad - niet iets waar je geregeld over struikelt!
Lees verder in FA 105, pag 44 e.v.